GHBS

Junioren

Zaalhockey tactisch

Het spel Zaalhockey

Zaalhockey wordt gespeeld op een vloer van twintig bij veertig meter. Op de zijlijnen liggen balken van tien centimeter hoogte, die een schuine zijde naar de binnenkant van de vloer vertonen, zodat de bal niet (omhoog) buiten het speelveld kan komen. Naast het andere speeloppervlak zijn er nog enkele verschillen met het veldhockey.

  • Men speelt vaak met een lichtere stick (is niet verplicht).
  • De cirkel is kleiner (9 meter).
  • Het doel is kleiner (drie meter breed en twee meter hoog).
  • De strafcorner is anders.
  • De bal mag niet geslagen worden (niet meer dan 50 cm uithalen), maar alleen geduwd (push varianten). De bal moet over de grond gespeeld worden, uitsluitend bij doelpogingen mag de bal binnen de cirkel hoog worden gespeeld.
  • Zaalhockeyteams bestaan uit zes spelers; vijf veldspelers en één doelverdediger. Er mag onbeperkt gewisseld worden door maximaal 12 spelers. Dit geldt ook voor doelverdedigers.
  • Verder is aan te raden om met een hockeyhandschoen te spelen, je zit erg laag en je linkerhand maakt vaak contact met de vloer.

Zaalhockeywedstrijden zijn in het algemeen erg spectaculair. Tactisch zijn er veel vaste patronen die behoorlijk effectief zijn. Meer dan in het veld blijkt, dat stilstaande speler niet aanspeelbaar zijn. Dynamische spelpatronen moeten goed ingeslepen zijn.

SPELCONCEPTEN

2-1-2 systeem
De meest gebruikte opstelling gebruikt een linker- en rechterverdediger een mid-midden en een linker- en rechterspits. De mid-midden heeft de linkerzijkant als vertrekplaats. Dat is zijn startplaats om aan te bieden. De achterspelers werken rustig en geconcentreerd aan de opbouw. Om te wachten op de juiste pass kan het nodig zijn om achter de bal een aantal keren heen en weer te spelen.

2-3 systeem
De extra centrum-spits legt een sterk accent op aanvallend deel van het team. Zo'n systeem dwingt welhaast tot solistische acties van de achterspelers. Als de vleugelspitsen het veld goed breed houden, betekent dit immers veel ruimte in het centrum van het veld.

3-2 systeem
De centrum-verdediger legt een sterk accent op het verdedigend deel van het team. Dit systeem kan leiden tot een sterke nadruk op aanvallen over rechts, via de rechterverdediger, wanneer de twee spitsen nadrukkelijk naar links bewegen.

STRAFCORNERS

Er is bepaald dat:

  • Bij de verdedigende partij alle spelers achter de achterlijn moeten staan en moeten starten aan de andere kant van het doel dan waar de bal wordt gegeven.
  • Vorig jaar is de strafcorner veranderd en mag er ook 1 of meerdere spelers achter de middenlijn opgesteld worden.
  • De doelverdediger moet in het doel starten.
  • Alle aanvallers moeten buiten de cirkel starten.
  • De overige regels zijn gelijk aan het veldhockey.

 

DYNAMISCHE SPELPATRONEN

De verdedigers blijven de bal van links naar rechts schuiven tot zich een aanvals mogelijkheid voordoet. Besef dat stilstaande speler niet aanspeelbaar zijn, omdat de dekking zeer effectief is in zo'n kleine ruimte. De spitsen en de mid-midden moeten bewegen. Het helpt als het team vaste dynamische spelpatronen heeft ingestudeerd.

Opbouw over links is moeilijker dan over rechts
De rechterhoek is direct aanspeelbaar, maar ook indirect via de balk, mits de rechterspits zich (vanuit de hoek) telkens teruguit in de vrije ruimte aanbiedt. Door lopen en anticiperen kan door de mid-midden ruimte gemaakt worden om de linkerspits aan te spelen. Ook hier is van belang dat het juiste moment van lopen en afspelen bepalend zijn voor succes. De spelers op de linkerzijde moeten zich ervan bewust zijn, dat de back-hand bij de balk erg zwak is. Je loopt hier gemakkelijk in het fore-hand blok van de tegenstander. De balk biedt een extra mogelijkheid om de bal weer op de fore-hand te krijgen. Maar meestal is terugspelen de veiligste oplossing.

Draaiende voorhoede
Als voorbeeld van een ingestudeerd patroon is het wisselen van plaats door de mid-midden en de spitsen(met de klok mee). Op het moment dat de bal naar de linkerverdediger wordt geschoven biedt de rechterspits zich aan in het centrum (de mid-middenplaats). Tegelijkertijd neemt de linkerspits derechtervleugel positie over. Nu hangt het van de reactie van de verdedigers van de tegenstander af welk van de twee spitsen hiermee aanspeel wordt; de rechterspits (in het centrum) direct, of de linkerspits (aan de rechtervleugel) via de balk. De mid-midden stelt zich ondertussen op in de cirkel om de aanval af te maken.

De mid-midden
Hoewel de vaste patronen via de vleugelspitsen lopen kan het zeer verrassend zijn om, als variatie, de mid-midden aan te spelen. Vooral bij rebound zal blijken dat de verdedigers van de tegenstander zich breed bevinden, om de vleugelspitsen te dekken. Er is dan geen verdediger die de opkomende mid-midden aanpakt. Deze mid-midden kan zich vanaf de linkerbalk op snelheid aanbieden, terwijl deze naar het centrum rent. De verdedigers moeten goed kijken of hiermee de mid-midden, of juist de linkerspits plotseling aanspeelbaar wordt.

Het blok
Het woord "systeem" kan beter opgevat worden als basis-formatie, die op bepaalde momenten herkenbaar terug moet komen. Het 2-3 systeem komt bijvoorbeeld tot uitdrukking tijdens het zetten van een blok bij spelhervattingen door de tegenstander. De drie voorste spelers vormen een blok (ong. 1/3 cirkel) rond de bal bezittende speler. De onderlinge afstand, de plaats van het blok en het tempo waarin het wordt neergezet komen heel nauw. De twee verdedigers staan voor hun directe tegenstander.

MATERIAAL
In de zaal is de speelvloer een kostbaar oppervlak, waarop de sporthal beheerders zeer zuinig zijn.

Schoeisel
Spelers en begeleiders mogen niet op buitenschoeisel de zaal betreden. Spelers moeten universele binnensportschoenen (zwarte of donkere zolen zijn verboden) dragen, die geen sporen op de vloer achterlaten. De zolen moeten vlak zijn, zonder hakken, doppen of strips.

Sticks
Het is niet verplicht te spelen met een speciale zaalhockeystick. Maar de lichtere krul maakt deze sticks wel veel wendbaarder, dan de zwaardere sticks. De zware krul, die in het veld meer impuls aan het schot geeft, heeft geen toegevoegde waarde omdat er alleen maar gepusht mag worden.

Kleding en uitrusting
De kleding en uitrusting van spelers (ook van de doelverdediger) mag geen delen bevatten, welke schade aan de speelvloer kan veroorzaken of gevaar kan opleveren voor andere spelers.

Uitrusting doelverdediger
Doelverdedigers mogen geen materiaal gebruiken, dat gevaarlijk is voor de medespelers of beschadiging kan aanbrengen in de vloer. Hierbij is het oordeel van de zaalbeheerder bindend.

De gesp van de klomp van de doelverdediger moet bovenop de klomp zitten en met dikke tape afgeplakt zijn of de klomp moet klittenband of kunststof snelsluiters gebruiken. Verder moeten de klompen vlakke zolen hebben. Beenbeschermers moeten worden voorzien van safeguards (afschermkapjes of dikke tape over de gespen), klittenband of kunststof snelsluiters.

SPEELDUUR
De wedstrijden duren 2x20 (A,B en C jeugd) 2x15 (D-jeugd) of 1x20 min (E-jeugd

 

Bijlagen
Verschillen_veld_en_zaalhockey[1].doc (209.50 KB)