B. Leg ik duidelijk uit en maak goed gebruik van?
- praatje-plaatje-daadje - stemgebruik - taalgebruik - non verbaal gedrag - enthousiasme
C. Loopt de organisatie?
- start de organisatie snel op - volgens voorbereiding training - voldoende trainingsstof - juiste tijdsindeling - actiepercentage
B. Is er sprake van een aanpassing van de organisatie?
- makkelijker / moeilijker, bv. door aanpassen afstand of aantal leerlingen